Inbraakwerend WK3-WK4 Inbraakwerend WK3-WK4

De omstandigheden van de agressie

Er bestaan heel wat theorieën om risico’s en dreigingen te definiëren. Men kan de vergelijking maken met de branddriehoek en een ‘dreigingsdriehoek’ bepalen die bestaat uit drie parameters:

  • de agressor
  • het doel
  • de actiemiddelen
Dreigingsdriehoek

Hoe het risico op agressie en inbraak verminderen?

Om het risico op agressie en inbraak te verminderen, kan men inwerken op elk van deze drie parameters.

  • Inbraakwerend | Agressor

    De agressor

    Om te vermijden dat de agressor overgaat op kwaadwillende handelingen kan men hem bijvoorbeeld bewust maken van de sancties die tegen hem zouden kunnen getroffen worden.
  • Inbraakwerend | Het doel

    Het doel

    Men kan ook inwerken op het doel, door de toegang ertoe te bemoeilijken, door de verleiding en de kennis van de indeling en ligging te verkleinen.
  • Inbraakwerend | De actiemiddelen

    De actiemiddelen

    Tenslotte vormen de methodes en actiemiddelen het specifieke punt waarop wij een impact kunnen hebben als fabrikanten van fysieke beveiligingsoplossingen.

De testvoorwaarden

De set normen EN 1627-1630 is de enige referentie op Europees niveau voor de beoordeling van de prestaties van inbraakvertragend schrijnwerk.

Die normen bieden een classificatiesysteem met zes categorieën (1 tot 6 in stijgende graad van inbraakweerstand) en beschrijven de testmethoden om de weerstand van die elementen tegen een statische en dynamische belasting en tegen manuele inbraakpogingen te beoordelen. De norm EN 1627 beschrijft de voorwaarden voor de tests en de weerstandsklassen.

Manuele-inbraaktests

 

Weerstand tegen een statische belasting (EN 1628)

De deuren, ramen en wanden worden onderworpen aan een kracht die wordt uitgeoefend door een machine op verschillende ‘gevoelige’ punten.

Die druk bedraagt 3 kN voor klassen 1 en 2, 6 kN voor klasse 3, 10 kN voor klasse 4 en 15 kN voor klasse 5 en 6. Ter informatie: 10 kN is gelijk aan een belasting van om en bij de 1.020 kg.

Weerstand tegen een dynamische belasting (EN 1629)

De weerstand tegen een dynamische belasting wordt geëvalueerd door een massa van 50 kg te richten op drie impactpunten. Voor klasse 1 en 2 wordt de belasting losgelaten op een afstand van 450 mm; voor klasse 3 op 750 mm. Voor klasse 4 en hoger voorziet de norm geen tests onder dynamische belasting omdat de weerstand onder statische belasting al zeer hoog en dus voldoende is.

Weerstand tegen manuele inbraakpogingen (EN 1630)

In tegenstelling tot een resultaatverplichting zoals voor de kogelwerendheid zijn het hier de middelen die van cruciaal belang zijn. De norm beschrijft de middelen (kracht, gereedschap, duur enz.) die worden aangewend om een gat met de vooropgestelde minimale afmetingen te maken. De tests zijn geslaagd als de aanvallers er niet in slagen bepaalde vormen (rechthoek, ellips en cirkel) binnen de toegestane tijd in te voeren door de openingen die ze eventueel hebben kunnen maken.

Bij die test wordt een gereedschapsset, die voor elke klasse verschilt, ter beschikking gesteld van de ‘aanvallers’.

Klassen en waarden

Inbraakwerende Prestaties – normentabel